Logo Logopedie zaak Julie Valcke





Specialisaties

STOTTEREN EN BRODDELEN >>

Ik werk zowel met kleuters en kinderen als met tieners, adolescenten en volwassenen. U kunt steeds bij mij terecht voor screening, uitgebreid onderzoek, therapie en adviezen omtrent stotteren en broddelen.

De inhoud van de therapie hangt af van de noden en de verwachtingen van de cliënt. Dit wordt besproken bij de start van de therapie. Wanneer het doel van de therapie duidelijk is, zoeken we samen welke therapiemethode het beste hierbij aansluit.

Hieronder kan u meer informatie vinden over stotteren en broddelen.

Informatie over stotteren

Hoe ontstaat stotteren?

Stotteren kan reeds aanwezig zijn vanaf het moment dat het kind begint te spreken. Meestal ontstaat het stotteren tussen het tweede en het vijfde levensjaar.

Er is niet één oorzaak van stotteren aan te duiden. Er spelen altijd meerdere factoren een rol. In de meest gangbare opvatting is stotteren een neuro-musculair timingsprobleem. Het is een storing in de ontwikkeling van de spraak, waar naar alle waarschijnlijkheid een erfelijke aanleg voor aanwezig moet zijn.

Toch hoeft aanleg niet te betekenen dat het stotteren zich noodzakelijkerwijs zal ontwikkelen. Er blijken bepaalde factoren te zijn die het stotteren kunnen uitlokken. Deze factoren kunnen zijn: overmatige drukte, emotionele gebeurtenissen, vermoeidheid, tijdsdruk,… Wanneer door deze factoren, de spanning of de druk voor een kind met aanleg om te stotteren hoger wordt dan dit kind kan verdragen, gaat het timingsapparaat fouten maken. Wat u dan hoort zijn de kernstottergedragingen.

Hoe kan u het stotteren herkennen?

Het kernstottergedrag bestaat uit de volgende kenmerken:

  • Herhalingen van klanken, lettergrepen en/of éénlettergrepige woorden.
    Bijvoorbeeld: i-i-i-i-ik, te-te-te-tekenen, de-de-de man
  • Verlengingen van klanken
    Bijvoorbeeld: ffffffff-fiets, mmm-mama
  • Blokkeringen: hierbij wordt de persoon verhinderd om een klank te zeggen door een afsluiting ergens in de mond (lippen, tong) of keel (stembanden). Hierdoor wordt de luchtstroom onderbroken en is er hoorbare- en zichtbare spanning.
    Bijvoorbeeld: (p)…pan, (t)…tand, (k)…kast.

Stottermomenten treden geheel onvrijwillig op. De persoon kiest dus niet voor deze haperingen, ze overvallen hem of haar. Bovendien hebben ze geen nut.

Hoe kan het stotteren verder ontwikkelen?

Het stotteren kan uitgroeien tot een probleem wanneer de persoon negatief begint te reageren op zijn of haar spreken.

Zelfs een jong kind dat is beginnen stotteren kan zijn ‘stottermomenten’ zelf gewaarworden. Er kunnen door de confrontatie met het controleverlies gevoelens van angst en frustratie ontstaan. De persoon zal pogingen gaan ondernemen om in te grijpen op deze momenten of deze proberen te voorkomen.

Hierdoor kunnen allerlei gedragingen ontstaan zoals:

  • Vermijdingsgedrag: pogingen om stotteren te ontlopen, verbergen,…
    Bijvoorbeeld: synoniemen gebruiken, spreeksituaties uit de weg gaan,…
  • Startgedrag: een bepaalde gedraging die een persoon doet om beter gestart te geraken.
    Bijvoorbeeld: een klank voor een gevreesd woord zetten of een ademhap nemen om beter gestart te geraken,…
  • Uitstellen: pogingen om door wat tijd te winnen toch vloeiend te praten.
    Bijvoorbeeld: eerst iets anders vertellen of doen alsof je nadenkt, ‘euh’ zeggen
  • Duwgedrag: meebewegen of kracht gebruiken om uit stotters te komen.
    Bijvoorbeeld: spanningen in het aangezicht, hoofdbewegingen, knipperen met de ogen,…

Veel van deze hulpmiddeltjes worden vaak niet als stotteren herkend. Toch zijn ze erg belangrijk. Veel van deze gedragingen kunnen het stotteren mee in stand houden of het stotteren zelfs versterken.

Informatie over broddelen

Hoe kan u het broddelen herkennen?

Broddelen is een vorm van niet-vloeiend spreken waarin de spreker onvoldoende in staat is zijn spreektempo aan te passen aan de spraakmotorische en/of linguïstische eisen van het moment.

De persoon spreekt met een te hoog en/of onregelmatig spreektempo in combinatie met één of meer van de volgende karakteristieken:

  • Een hoge frequentie van verschillende normale niet-vloeiendheden: woordherhalingen en zinsdeelherhalingen, stopwoorden zoals ‘euh’
  • Te korte pauzes tussen zinnen of een fout gebruik van pauzes. Een slappe articulatie, binnensmonds spreken.
  • Het inslikken van stukken van meerlettergrepige woorden.
    Bijvoorbeeld: ‘plietsie’ in plaats van ‘politie’.
  • Moeite met het structureren van een verhaal.
  • De persoon is zich vaak niet bewust van de beschreven symptomen.

Door deze factoren wordt de spraakverstaanbaarheid van de persoon verstoord. De hinder bestaat voor de spreker dan ook veeleer uit het feit dat hij/zij vaak niet goed begrepen wordt, opmerkingen krijgt of zaken moet herhalen,…

NEUROLOGISCHE SPRAAK- EN TAALPROBLEMEN >>

Ten gevolge van een niet aangeboren hersenletsel kunnen taal- en/of spraakproblemen ontstaan, zoals afasie, dysarthrie,… Na een acute fase in het ziekenhuis, kan het wenselijk zijn de logopedische therapie verder te zetten.

Indien het voor de cliënt niet mogelijk is om naar de praktijk te komen, is therapie aan huis mogelijk.

STEMSTOORNISSEN >>

Indien u een stemprobleem heeft, zal de neus- keel- oorarts eerst een stemonderzoek afnemen. Nadien verwijst de arts u naar de praktijk voor een uitgebreid logopedisch onderzoek.

Aan de hand van de bevindingen van de arts en de resultaten van het logopedisch onderzoek, wordt een behandelplan opgesteld en kan de therapie worden opgestart.

U kan bij mij terecht voor:

  • Functionele stemstoornissen: de stem wordt foutief gebruikt maar er is geen organisch letsel. Als het foutief gebruik te lang en/of te veel voorkomt, kan het stemorgaan beschadigd geraken en kan er een organische verandering plaatsvinden.

  • Organische stemstoornissen: er is een organische afwijking aan het stemorgaan. Het kan hierbij gaan om: stembandknobbels, een poliep, een cyste, oedeem, een stembandverlamming, een tumor en stemproblemen door neurologische stoornissen (bijvoorbeeld: de ziekte van Parkinson),…

Ik werk zowel met kleuters en kinderen als met tieners, adolescenten en volwassenen.

EET- EN DRINKPROBLEMEN BIJ JONGE KINDEREN >>

Ik kan adviezen en begeleiding geven bij jonge kinderen die problemen ervaren met:

  • de overgang van borstvoeding naar flesvoeding

  • de overgang van flesvoeding naar lepelvoeding

  • de overgang van lepelvoeding (gemixte voeding) naar vaste voeding (stukjes)

Ook kan ik tips geven bij kieskeurige of “moeilijke” etertjes. Er wordt dan samen met de ouders en het kindje gezocht naar de reden hiervoor om zo tot een goed behandelingsplan te komen. Uw kindje eet bijvoorbeeld een beperkt aantal gerechten of heeft een voorkeur voor bepaalde smaken. Het is ook mogelijk dat uw kindje moeilijkheden ondervindt met bepaalde texturen van eten (bv: voorkeur voor gemixte voeding in plaats van stukjes,…). Dit kan als gevolg hebben dat de eetmomenten als moeilijk of stressvol worden ervaren voor zowel de ouders als het kindje.

SLIKSTOORNISSEN >>

Een slikstoornis (dysfagie) kan optreden op niveau van de orale fase, de faryngale fase of de oesofagale fase.

Na een hersenletsel (bijvoorbeeld door een beroerte, ongeval, tumor) of een aandoening van het zenuwstelsel (zoals MS, Parkinson, ALS) kan de aansturing van gebruikte spieren bij het slikken voor problemen zorgen.

Door een operatie in het hoofd- en halsgebied treden soms beschadigingen op of zijn er belemmeringen waardoor het eten en drinken minder gemakkelijk gaat.

Indien u een slikprobleem (dysfagie) heeft, zal de neus- keel- oorarts eerst een slikonderzoek afnemen. Indien therapie gewenst is, zal de arts u naar de praktijk verwijzen en een logopedisch voorschrift meegeven.

Aan de hand van de bevindingen van de arts en de resultaten van het logopedisch onderzoek, wordt een behandelplan opgesteld en kan de therapie worden opgestart.

ARTICULATIESTOORNISSEN >>

Articulatiestoornissen kunnen zich uiten door onverstaanbaar spreken, het verkeerd uitspreken, het weglaten of het vervangen van klanken of woorddelen.

Bij de behadeling van articulatiestoornissen bij kinderen worden ouders nauw betrokken. De behandeling wordt spelenderwijs gegeven zodat kinderen gemotiveerd zijn om te oefenen. De logopedist geeft adviezen en oefeningen mee om ook thuis te oefenen onder begeleiding van de ouders.